Verschijning

Kennelclub-normen beschrijven Dobermann Pinschers als honden van middelgrote tot grote maat met een vierkante bouw en korte vacht. Ze zijn compact gebouwd en atletisch met uithoudingsvermogen en snelheid. De Dobermann Pinscher moet een trots, waakzaam, vastberaden en gehoorzaam temperament hebben. De hond was oorspronkelijk bedoeld als een waakhond, dus de mannetjes zouden een mannelijk, gespierd en edel uiterlijk moeten hebben. Vrouwtjes zijn dunner, maar moeten niet tenger zijn.

Grootte en proporties

De Dobermann is een hond van grote omvang. Hoewel de normen variëren tussen de verschillende kennel en rasverenigingen, is de hond meestal tussen de 66 en 72 cm groot, 69 cm is ideaal, het vrouwtje is meestal ergens tussen de 61 en 68 cm groot, 64 cm is ideaal. De Doberman heeft een vierkante bouw: de lengte moet gelijk zijn aan de schofthoogte, en de lengte van de kop, nek en poten moeten in verhouding tot zijn lichaam staan.

Europese bloedlijnen, met name die uit het voormalige Joegoslavië en de voormalige Sovjet-Unie, hebben de neiging om groter te zijn dan die in Noord-Amerika. Er zijn geen normen voor het gewicht van de Dobermann. De ideale hond moet voldoende omvang hebben voor een optimale combinatie van kracht, uithoudingsvermogen en behendigheid. Het mannetje weegt gewoonlijk tussen de 34 en 45,4 kg. het de vrouwtje tussen de 27 en 41 kg.

Kleur

Er bestaan twee verschillende kleur genen ​​in de Dobermann, een voor zwart (B) en een voor kleur verdunning (D). Er zijn negen mogelijke combinaties (BBDD, BBDd BbDD BbDd, BBdd, Bbdd, bbDD, bbDd, bbdd), die resulteren in vier verschillende kleuren fenotypen: zwart, rood, blauw en reebruin. De traditionele en meest voorkomende kleur treed op wanneer zowel de kleur als verdunning genen tenminste een dominant allel (d.w.z. BBDD, BBDd, BbDD or BbDd), en wordt meestal aangeduid als zwart of zwart en geelbruin (ook wel black and tan). De rode, rode roest of bruine verkleuring treed op wanneer de zwarte gen twee recessieve allelen heeft, maar de verdunningsgen tenminste een dominant allel heeft (d.w.z. bbDD, bbDd). Blauw en reebruin worden gecontroleerd door de kleur verdunningsgen. De blauwe Dobermann heeft de kleur-gen met ten minste een dominant allel en de verdunningsgen met beide recessieve allelen (d.w.z. BBdd or Bbdd). De reebruine kleur is de minst voorkomende, die zich alleen voordoet wanneer zowel de kleur als verdunningsgenen twee recessieve allelen hebben (d.w.z. bbdd). Dus, de blauwe kleur is een verdunde zwart, het reebruin is een verdunde rood. Expressie van de kleur verdunningsgen is een aandoening genaamd Color Dilution Alopecia. Hoewel niet levensbedreigend, kunnen deze honden huidproblemen ontwikkelen.

In 1976 werd een witte Dobermann geboren en deze werd vervolgens gefokt met haar zoon, die ook werd gefokt met zijn zusjes. Deze strakke inteelt ging nog enige tijd door om de fokkers de kans te geven de mutatie op te lossen. Witte Dobermanns zijn een crème kleur met zuivere witte aftekeningen en ijzige blauwe ogen. Hoewel dit in overeenstemming is met albinisme, is de juiste karakterisering van de mutatie momenteel niet bekend. De dieren staan algemeen bekend als tyrosinase-positieve albino’s, zonder melanine in oculocutaan structuren. Deze aandoening wordt veroorzaakt door een gedeeltelijke verwijdering in het gen SLC45A2.

Staart

De natuurlijke staart van de Dobermann is tamelijk lang (en gekruld), maar individuele honden hebben vaak een korte staart als gevolg van couperen, een procedure waarin het merendeel van de staart operatief wordt verwijderd kort na de geboorte. Het couperen van de staart gebeurt al eeuwen, en is ouder dan de Dobermann als ras. De vermeende reden voor couperen is om er zeker van te zijn dat de staart niet in de weg zit van de taak van de hond. Couperen is altijd controversieel geweest. De American Kennel Club standaard voor Dobermanns noemt een staart gecoupeerd bij 2e wervel. Couperen is een gangbare praktijk in de Verenigde Staten, Rusland en Japan (evenals een aantal andere landen), waar het legaal is. In veel Europese landen (waaronder Nederland) en Australië is couperen verboden, en in sommige landen is het beperkt toegestaan.

Oren

Dobermann Pinschers hebben vaak gecoupeerde oren, een procedure die functioneel is gerelateerd aan het type te fokken hond voor zowel de traditionele waak-werkzaamheden en effectieve geluidslokalisatie. Net als het couperen van de staart, is het couperen van oren verboden in veel landen, waaronder Nederland. Het couperen van de oren gebeurt meestal tussen de 7 en 9 weken en wordt gedaan onder narcose. Couperen na 12 weken heeft een geringe kans op succes voor het rechtop laten staan van de oren. In sommige landen is het Dobermann Pinschers toegestaan ​​om deel te nemen aan shows met gecoupeerde en natuurlijke oren. Maar in bijv. Nederland en Duitsland kan een gecoupeerde hond (staart of oren) niet meedoen aan een show, ongeacht het land van herkomst. Speciale schriftelijke uitzondering op dit beleid doet zich voor wanneer Duitsland de locatie is voor internationale evenementen. Het argument dat couperen van de oren het risico vermindert op oorontstekingen is omstreden.

Zie ook:
Algemene rasinformatie
Temperament & Intelligentie
Gezondheid
Geschiedenis van de Dobermann
Gecoupeerd vs. ongecoupeerd